De hedendaagse ruimtelijke ordening is versnipperd in talloze deelgebiedjes en
verantwoordelijkheden. Ieder zijn eigen strookje met kabels of leidingen, overal hetzelfde
aanbod aan voorzieningen, parkeernorm, afvalbaknorm, straatlampnorm, etc.
Het gevolg is een naast elkaar stapelen van verschillende functies met strikte afbakeningen
van juridische en ruimtelijke grenzen.
Dit heeft geleidt tot monofunctionaliteit, saaiheid, verlies aan identiteit, ontevredenheid,...
Als reactie hierop komt de tijd waar we zoeken naar variatie, afwisseling, spanning, identiteit,
... Ook in de ruimtelijke ordening zal dit zijn weerslag vinden. Niet langer is de grote gemene
deler het doel, maar een individuele benadering, gericht op individuele wensen en mogelijkheden
Daar komt bij dat het internettijdperk onze kennis over de wereld razendsnel heeft uitgebreid.
We weten a la minuut van hongersnood, natuurramp, oorlog of misstand in het kleinste hoekje
van de wereld. Bewustwording is een kwestie van seconden.
De verantwoording die dat met zich brengt wordt ook steeds meer geindividualiseerd. Bewoners
worden lid van greenpeace, natuurmonumenten of amnestie international, bedrijven profileren
zich met ethische vraagstukken en milieuvriendelijk gedrag.
De politiek kan en hoeft deze individualisering niet om te zetten in regels en wetten, zij hoeft
slechts de ruimte te bieden het tot ontwikkeling te laten komen.
De Winterkoning in Haarlem-Oost
-Variéteit-
Een interactie tussen de verschillende disciplines maakt een variatie aan inrichting van de
openbare ruimte mogelijk. Een afwisseling tussen nat en droog, voedselrijk en voedselarm,
hoog en laag, warm en koud, etc. levert ecologische voorwaarden voor een grote verscheidenheid
aan planten, bomen en dieren. Een parkeerplek is zo niet alleen meer een verharding om
auto’s weg te zetten. Bekeken vanuit zijn ecologische waarde is het een steenachtige, droge,
warme biotoop. Een wegberm is niet langer een monotoom gemaaide grasvlakte, maar wordt
een kruidenrijke, enigzins verzilte biotoop. Regenwaterafvoer van de verharding leidt, gereinigd
in rietvelden en opgevangen in beekjes en poelen, tot een natte biotoop.
De monotomie van de openbare ruimte, met als toppredator de meeuw of de spreeuw, wordt
plotseling verrijkt met soorten als bruine kiekendief, ringslang of winterkoning.
-Individualiteit-
Afzonderlijke bedrijven kunnen aansluiten op een meer gevarieerde inrichting van de openbare
ruimte.- Afhankelijk va het type bedrijf kunnen bv. waterzuivering-, stoffilter- of camouflagefuncties
door een ecologische inrichting vervuld worden. Een bedrijf kan daarin zijn eigen
wensen kenbaar maken en zich ermee profilieren. Het kiezen van een doelsoort kan hierin
voorwaardescheppend zijn voor de inrichting van het grondstuk. Parkeren in een bos dat
functioneerd als stoffilter, of een moeras waar met zuiveringsvelden het afvalwater wordt
schoongemaakt, of met hakhoutbosjes een wal als camouflage wordt opgericht zijn gedachtes
die hierbij opkomen.
Zo kan een bedrijf zich richten op een bepaalde doelsoort en daarvoor de geschikte biotoop
proberen te creëeren.
De Groene Halsbandparkiet in Haarlem-Oost
-Flexibiliteit-
Binnen de mogelijkheden van individuele inrichting, speelt de vraag van klimaatverandering.
Hoe zal het klimaat zich in de toekomst veranderen?
wat betekent dat voor de inrichting van de openbare ruimte?
Kunnen we een flexibiliteit inbouwen om veranderingen op te vangen?
Kunnen we veranderingen tegengaan?
Kunnen veranderingen gestimuleerd worden?
Dit laatste leidde tot de gedachte dat wellicht restwarmte van een bedrijf gebruikt kan worden
om het door Al Gore voorspelde klimaat alvast tot uiting te brengen. Een subtropisch klimaat
(sowieso in de stedelijke gebieden al aanwezig, door opwarming van steenmassa’s en een
waterhuishouding met extremen in nat en droog) waarin bv. bananenbomen groeien en de
groene halsbandparkiet huist (deze overleefd inmiddels de winters in woont in parken in alle
grote west-europese steden).